Alfabet D

Damnabel verdoemelyk
Damneeren doemen, verwyzen
Damnatie verdoeming
Dangereux gevaarlyk
Dangier gevaar
Datum date, dagteekening, aantekening van dag en tyd wanneer het geschied is
Dateeren de dag byschryven
Debarqueeren ontlaaden
De rato caveeren zeker stellen
Debat straf, schrift, bestryding, wederlegging; een schriftuur waar bij iemand een Rekening tegenspreekt ofte enige stellingen of overgeleyde stukken wederleid
Debatteeren tegenspreeken, wederspreeken
Debet schuld, schuldig
Debattant wederspreker, tegenspreker
Debil zwak
Debiliteit zwakheid
Debiteur schuldenaar
Debitrice schuldenaresse
Decadentie nedergang, ondergang, verloop van zaaken
Decapireeren onthoofden
Decerneeren onderscheiden, bestemmen, verleenen
Dechargeeren ontlasten, bevryden
Decideeren vellen, beslichten, vonnissen
Decisie vonnis, gewysde, uitspraak
Decifereeren afschilderen, beteekenen
Decipieeren bedriegen, uitstryken
Declaratie verklaaring, aanwyzing, rekening
Declaratie debatteeren een reekening tegenspreeken
Declareeren aanwyzen, verklaren, rekening maken, blinkende maken
Declinatie buiging, afwyking
Declinatoire exceptie behulpmiddel om van den rechter af te gaan
Decreet besluit, gebod, last, ordonnantie, voornemen, rechtsgebod; is de toestemming van een Rechter nopende de verkopinge van vaste goederen onmondige toebehoorende
Decreet van aprehensie besluit van den regter om iemand gevangen te neemen
Decreteeren besluiten, bevestigen
Dediceeren toeeigenen, toewyzen
De demoliendo toezegging van een getimmer af te werpen
Dedicatie toeeigening, opdragt, opoffering
De dolo van niet ter kwader trouwe te handelen
Deduceeren verhalen, verklaren
Deductie verhaal, leiding, bericht; een Geschrift waarby een verhaal van de zaak word gedaan en dezelve met redenen en middelen van Rechten worden gesterkt
Defaljeren missen, in gebreke blyven, banquerot speelen
Defaljant die in gebreke blyft te komen
Defalqueeren/Defalceeren aflag strekken, wegneemen, afsnyden
Default gebrek als men in Rechten ten bescheiden dage niet en komt
Defectueus defect, gebreekig
Defendeeren beschermen, beschutten, verweeren, bepleiten, voorstaan
Defensie verdeediging, beweering, bescherming
Defensyf weerbaar, beschermbaar
Defereeren aanbrengen, overgeven, opdragen, verklikken
Defieeren wantrouwen, mistrouwen
Deficieeren ontbreken, missen
Definieeren bepalen, uitbeelden, uitspreken
Definitie bepaling, uitbeelding, beschryving
Definityf heel afgedaan ende uitgesproken
Definityf Vonnisse eindvonnisse
Defraudeeren bedriegen, verkorten
Defraudatie verkorting
Defloratie schoffeering, onteering
Defloreeren schoffeeren, schenden, onteeren
Deformeeren lelyk maaken
Defroyeeren kostvrij houden
Degenereeren ontaarden, uit den aart slaan
Degouteeren walgen, onsmakelyk maken
Degoute walging
Degradeeren afzetten, verneederen
Deguiseeren vermommen
Deken een Overman van een gild
Delabeeren afzygen, zakken, dalen
Delatie overdracht
Delatio Juramenti deeling van eede
Delectabel vermakelyk
Delectatie verlusting, vermaak
Delecteeren verlustigen, vermaaken
Delegeeren bezenden, bevel geven, uitkiezen
Delegatie bezending, bevel geving, overzettinge; wanneer de eene schuldenaar een ander in zyn plaatze zet en dat die by den schuldeisscher word aangenoomen
Deliberatie berading, bezinning, opzet
Delibereeren beraaden, raadslaan, bezinnen, overweegen
Deliberato met opzet
Delicaat lekker, teer, zacht
Delicieus wellustig
Delict misdaad, ondaad
Delineatie betrek, bewerp, ontwerp
Delinieeren afpalen, afmeeten, afteekenen
Delinquantdader misdoender, misdadiger
Delinqueeren misdoen, verbeuren
Deliratie mymering, raaskalling
Delireeren revelen, raaskallen, zinneloos zyn
Delivreeren bevryden
Delivrance bevrydinge
Delogeeren verhuizen, verplaatzen
Demandeeren beveelen, belasten
Demanteleeren ontwallen, ontvesten
Demanueeren ontledigen, overgeven
Demigreeren verhuizen
Demigratie verhuizing
Demissie vernedering, afzetting
Demitteeren afzenden, afzetten, afdanken
Democratie volksregeering
Demolitie verdelging, afwerping
Demolieeren verdelgen, afbreeken, afwerpen
Demonstratie vertoog, aanwyzing
Demonstreeren betoonen, aanwyzen
Demoveeren verplaatsen
Denegatie ontzegging
Denegeeren ontzeggen, afzeggen
Denominatie voorstelling, roeping
Denomineeren beroepen, stellen, voorstellen
De non effendendo van iemand die men gedreigd heeft niet te beschadigen
Denoteerembeduiden beteekenen
Denumereeren afrekenen, aftellen
Denumeratie aftelling
Denuncieeren aanzeggen
Denunciatie aanzegging
Depecheren afvaardigen
Depeches afvaardigingen
Depelleeren verdryven
Dependeeren aanhangen, ergens toebehooren, afhangen
Dependentie hetgeene ergens aan of toebehoord, afhanging
Dependent afhangende
Depingeeren afschilderen, afmalen
Deplaisant onbehaaglyk
Deploratie beweening, beschreying
Deplorabel beschreyelyk
Deploreeren beschreyen, beweenen
Deponent getuige
Deponeeren ter hande stellen, nederleggen, in bewaaring geven. Item tuigen, in Rechten verklaaren
Deportement afzetting
Deporteeren afzetten
Deposanten getuigen,
Deposeeren betuigen
Depositie betuiging
Deposito uitgezet op geldwinst
Depositum bewaargeving of waarneming
Deposideeren iemand uit zyn goed zetten
Deprehendeeren vatten, grypen, gewaar worden
Depressie verdrukking
Deputeeren afzenden
Deputatie afzending
Deputati gezondene, afgezondene
De quora litis van deel in een geding te nemen
De rato cavere zeeker stellen
De restituendo van geld of bezit weder te geven
Deriveeren afleiden, afkomstig zyn
Derivatie afkomste, afleiding
Derogeeren afbreeken, te niet doen, onttrekken
Desadvoueeren afstemmen, van geender waarde houden
Desbandeeren ontslaan, loslaten
Descendent afkomeling, nedergaande maagschap
Descendeeren nederdalen, afkomen
Describeeren beschryven
Descriptie beschryving, uitschryving
Dechargeeren ontlasten
Defereeren verlaten
Desertie verlating, verlating van een aangevangen beroep (appél) wanneer iemand 't zelve binnen de daar toe gestelde tyd niet vervolgt
Desidereeren vereisschen, begeeren
Designeeren betekenen, beduiden, aanwyzen
Designatie beduiding, toewyzing
Desisteren afstand doen, ophouwen, aflaten
Desolaat verlaten, mistroostig, troosteloos, verwoest
Desordre wanschik, wanstal
Despect veragting, smaad
Despensier Schafmeester
Desperatie wanhoop, twyffelmoedigheid
Despereeren wanhopen, twyffelen
Desperaat zonderhoop, twyffelmoedig
Despicieëren afzien, versmaden, verachten
Desplaisir onvermaak
Dessein opzet, voornemen
Dessert nagerecht
Destinatie schikking, bestelling, bestemming
Destineeren toeschikken, bestellen
Destitueeren opzetten, verlaten, verstellen, versteeken
Destourneeren afwenden
Destructie verdelging, vernieling
Destrueeren verdelgen, vernielen, verwoesten
Detentie bewaring, ophouding, gevankenis
Detectie ontdekking
Deterioratie verergering
Deterioreeren erger maaken, verslimmen, verergeren
Determinatie afpaling, besluit, bepaling, afsteekzel
Determineeren afpalen,besluiten
Deterreeren vervaart maken, afschrikken
Destestatie afschrik, verfoeying, afzweering
Detesteeren afzweeren, afgruwen
Detineeren ophouden, vasthouden, gevangen houden
Detractio falicidæ scil partis makingkorting van het vierde gedeelte der Erffenisse: deze maakingkorting kort een Erfgenaam de makingbeurders af als haar meer als drie derde deelen der Erffenisse is gemaakt op dat de rechte Erfgenaam volgens zyn Recht dat hy heeft het eene vierde gedeelte vry en onbezwaard voor hem houde
Detractio Trebellianicæ scil partis Overhandsche erfkorting. Erfkorting van het vierde gedeelte eener overhandsche Erffenis. Deze Erffenis korting kort een erfgenaam uit de hand, den Erfgenaam over den hand af, als hem meer is gemaakt als drie deelen der Erffenis, op dat de Erfgenaam uit de hand, volgens zyn Recht dat hy heeft, het eene vierde gedeelte vry en onbezwaard voor hem behoud
Detractie aftrekking, onttrekking, korting
Detraheeren aftrekken
Deturbatie beroering, verwarring
Deturbeeren beroeren, verwarren
Devaliseeren afstropen, te niet maken
Devys een zinspreuk
Devoir pligt, uiterste best, vlyt, naarstigheid
Devolutie afgang, vermindering, verloop
Devolveeren afkoomen, afwentelen, afrollen
Devastatie verwoesting
Devolutie ontwending, afkooming
Devoot aandagtig
Devotie aandagtigheid
Dexteriteit behendigheid
Diaken armbezorger, kerkendienaar
Dialogie tweespraak, t'samenspraak
Dicteeren bewoorden, voorspellen
Diameter middellyn
Dictum spreuke, zegswoord. Item: het kort inhoud van een vonnisse
Diëte leefmaat
Diffamatie faamroving
Diffamateur faamrover
Diffameeren schande nazeggen, faamroven, achterklappen
Differentie verschil, onderscheid
Differeeren verschillen, uitstellen
Difficiel zwaar, moeyelyk
Difficulteeren zwarigheid maken
Difficulteit zwarigheid, verschil
Diffidentie wantrouwe, ongeloov
Diffideeren wantrouwen
Digereeren verdouwen, verteeren
Digestie verdouwing
Digressie aftreding, buitentred
Digesta vergaarde ende samengestelde; uitgetrokke ofte uitgeleze zaken
Digitus vinger
Digitus Pollex duim
Digitus Index wyzer of voorste vinger
Digitus Medius middelste vinger
Digitus Annularis de ring of hert vinger
Digitus Minimus de pink
Digniteit aanzienlykheid, staat, waardigheid
Dilabeeren vervallen
Dilatie/Dilay uitstel, sleeping
Dilatoir uitstelling
Dilatoire exceptie behulpmiddel om de zaak uit te stellen
Dilayeeren uitstellen, vertrekken, sleepende houden
Dilapideeren verkwisten, door de billen lappen
Diligent naarstig
Diligentie naarstigheid, vlyt
Diligeeren lieven, lievhebben
Diminutie vermindering
Diminueeren verminderen, verkleinen
Dimissie ontslaging
Dimitteeren vrylaaten, vrystellen, ontslaan
Dimoveeren verdryven, afwenden
Directe regelrecht
Directie bestiering, beleid
Directeur Bestierder, Bewindhebber
Dirigeeren bestieren, beleiden
Dirimeeren scheiden, afscheiden, ontdoen
Disavantagie nadeel
Disseptatie krakeel, redenkaveling
Discepteeren krakeelen
Discerneeren onderscheiden, onderkennen
Discipline leering, tucht
Discipel leerling, scholier
Discord onenigheid, tweedragt
Discordeeren verschillen, twisten
Discordantie twiststemming, verschil
Discourageeren moed benemen
Discoureeren redeneren, redenvoeren
Discours redevoering, praatje
Discreet bescheiden
Discretie bescheidenheid
Discrepantie verschil
Discrepeeren verschillen
Diferte bespraakt
Disgratie ongunst,ongenade
Disjunctie scheiding, verdeeling
Disjungeeren vaneenscheiden
Disjunct verdeeld, los
Disordre verschil, verwarring
Dispariteit ongelyjheid, onparigheid
Dispenseeren kwytschelden, vry stellen, uitdeelen
Dispensatie uitdeeling, vrystelling
Dispensier uitdeeler, schafmeester
Displiceeren mishaagen
Dispoost gezond, wel te passe
Disponeeren schikken, beschikken
Dispositie eene ordentelyke bestelling of beschikking
Disposityf korte inhoud ende besluit. Item de Concluse van een proces dat beschreven moet worden
Disputatie redenkaveling
Disputeeren redenkavelen, twistredenen
Disreputatie/Disrespect verachting, oneer
Dissentieeren oneens zyn
Dissentie tweedracht, onenigheid
Dissertatie redeneering
Disserteeren redevoeren
Dissidie tweedracht
Dissimulatie ontveinzing
Dissimuleeren ontveinzen, verbloemen
Dissipatie verstrooying
Dissipeeren verstrooyen
Dissolveeren ontbinden, losmaaken, ontknoopen
Dissoluit ongebonden, los
Dissokutie ongebondenheid, lossigheid
Distantie tussenheid, wydte, afstand
Distentie uitspansel, uitbreiding
Distinctie onderscheid, onderscheiding
Disjungueeren onderscheiden
Distractie aftrekking, uitdeeling
Distraheeren aftrekken, uitdeelen, verkoopen
Distribueeren omdeelen, verspreiden, verdeelen
Distributie omdeeling, uitdeeling
District begrip, Rechtsbepaling, ommekring, kreits, kring
Districtie onderscheiding, onderscheid
Disfundeeren ontraden, afraden
Diversie afwending, verandering, afleiding
Divers ongelyk, verscheiden
Diversiteit verscheidenhyd
Diverselyk verscheidenlyk
Diversimode 't zelve op verscheide manieren
Diverteeren afwenden, ontwenden, aftrekken, afleiden. Item zig ergens onthouden
Divideeren verdeelen, scheiden
Divisie deeling, scheiding
Divin Goddelyk
Divorsie echtscheiding
Divuigeeren gemeen maken, ruchtbaar maken, verspreiden
Doceeren leeren, onderwyzen, doen blyken
Doctor leeraar, onderwyzer
Document leerstuk, bewys, betoog
Dogma leerstuk, grondleer
Doctrine leere, onderwyzing
Dogmatiseeren voort leeren, te recht onderwyzen
Doleantie beklag
Doleeren treuren
Doleur droefheid
Domage schade
Domainen Landsinkomen, Gebied, Heerlykheid, erfinkomsten
Domestyq huisgenoot
Domicilie woonstede, maatstede
Domicilie kiezen plaatze nemen ende kiezen eene plaats van woonstede
Dominus feudi Leenheer
Dominie heersching, gebied
Dominium eigendom
Dominium plenum volkoomen eigendom
Dominium utile uittrekkende eigendom, tocht, lyftocht
Dominus heer, eigenaar
Dominus directus recht of volkome eigenaar
Dominus utilis tochtenaar
Dominatie heerschappye, heersching
Domineeren heerschen, den meester speelen
Dominateur een heerscher, een slampamper, kwistgoed
Donateur geever, beschenker
Donataris die iets geschonken of gegeeven is, begiftigden
Donatie vrye overgeving, gifte, geschenk
Donatie causa mortis gifte ter zake des Doods
Donatie sponsalicia bruidschat, huwelyx gifte
Doteeren begiftigen, ten huwelyk geven
Dote huwelyxgoed
Dotus argelist
Douarie bruidschat, morgengave, weduwegift
Douariere weduwe ende bordeelhoudster, lyftochtvrouw
Do ut des ik geve iets op dat gy ook iets geeft
Douarieren eene weduwegifte
Dresseeren toerichten, africhten, toestellen, verbeeteren
Dressoir aantichtbank
Dubbel uitschrift, afschrift, gros
Dubitabel twyffelactig
Dubieeren dubbel, twyffelen
Duel kamp, stryd van twee persoonen, tweekamp, tweegevecht
Duplyq tweede antwoord
Duplyq met middelen is de tweede en laatste Schriftuur van een Verweerder waarmede hy des Aanleggers Replyq wederleid
Duplicatie verdubbeling
Dupliceeren verdubbelen
Dupliceeren in Rechten is als den Verweerder antwoord op de weder antwoord ofte Replyq van den aanlegger, ende is, als een verdubbeld ofte weder antwoord, het welk Duplyque genoemd word
Durabel duurzaam, langduurig